Een gat boren lijkt eenvoudig, tot de boor wegglijdt op een tegel of nauwelijks door een betonwand komt. In bijna alle gevallen ligt het niet aan de boormachine, maar aan de boor. Elk materiaal vraagt om een eigen type boor en een eigen instelling. Wie dat vooraf weet, boort sneller en met minder schade.

Tegels vragen om een tegelboor

Geglazuurde wandtegels en vloertegels zijn hard en breekbaar. Een gewone steenboor glijdt weg of laat de tegel barsten. Gebruik daarom een tegelboor met een geslepen hardmetalen punt, of voor harde tegels zoals porselein een diamantboor.

Zet de klopfunctie altijd uit en boor op een lage snelheid. Plak een stukje afplakband op de plek van het gat, zodat de boor niet wegloopt. Een diamantboor heeft koeling nodig: houd de boor nat of gebruik een boor met koelwas. Bent u door de tegel heen, dan kunt u voor de muur erachter overstappen op een steenboor.

Beton en steen met een steenboor

Voor beton, baksteen en kalkzandsteen gebruikt u een steenboor met een hardmetalen punt. In zachte steen volstaat een boormachine met klopfunctie. Voor gewapend beton of veel gaten werkt een boorhamer met SDS-opname beter, met bijpassende SDS-boren.

Boor eerst met een kleinere diameter voor en vergroot daarna het gat. Dat gaat sneller en het gat wordt rechter. Raakt u een wapeningsstaaf, stop dan en kies een andere plek, want een steenboor gaat niet door staal.

Hout met een houtboor

Een houtspiraalboor heeft een centreerpunt en twee snijkanten. Daardoor begint het gat precies op de juiste plek en blijft de rand schoon. Voor grotere gaten zijn er speedboren en voor vlakke, ronde gaten in meubels forstnerboren. Leg bij doorlopende gaten een stuk afvalhout onder het werkstuk, dan scheurt de achterkant niet uit.

Een overzicht per materiaal

  • tegels: tegelboor of diamantboor, zonder klopfunctie, lage snelheid
  • beton en steen: steenboor, met klopfunctie of boorhamer
  • hout: houtspiraalboor, speedboor of forstnerboor, hogere snelheid
  • metaal: HSS-boor, lage snelheid en wat snijolie

Twijfelt u over het materiaal achter de tegel of het stucwerk, boor dan eerst een klein proefgat. Het boorstof laat meestal zien of u in steen, beton of gipsplaat zit. Rood stof wijst op baksteen, grijs stof op beton en wit, fijn stof op gips. In gipsplaat gebruikt u geen klopfunctie en kiest u speciale hollewandpluggen in plaats van gewone pluggen. Controleer bij wanden in de buurt van stopcontacten en schakelaars altijd eerst waar leidingen lopen.

Een set in plaats van losse boren

Wie regelmatig klust, komt al snel alle materialen tegen. Een set met boren voor hout, steen en metaal in verschillende diameters voorkomt dat u halverwege een klus naar de winkel moet. Let bij het kiezen op de diameters die u het vaakst nodig heeft, zoals die voor pluggen van zes en acht millimeter, en op een cassette waarin elke boor een vaste plek heeft. Bij een webwinkel in boren als Boorkopen vindt u sets die per materiaal of gecombineerd zijn samengesteld.

Bewaar de boren gesorteerd in hun cassette en controleer de punten af en toe. Een botte boor wordt heet, boort scheef en vraagt meer kracht van u en de machine. Met de juiste boor voor elk materiaal wordt elk gat een stuk eenvoudiger.

Categories:

Tags:

Comments are closed